Zwangerschapsdiabetes

Het krijgen van diabetes tijdens de zwangerschap, heet zwangerschapsdiabetes. Het is een veel voorkomende aandoening waarbij de bloedsuikerspiegel abnormale waarden heeft. In vlaanderen komt dit bij 1 op de 8 vrouwen voor. Ook bij vrouwen die voorheen geen problemen hadden met hun bloedsuikergehalte. Je kan dit goed behandelen en een gezonde baby krijgen.

Bewegen

Bewegen is een onderdeel van de behandeling. Doe minstens een half uur per dag aan lichaamsbeweging, maak bijvoorbeeld een stevige wandeling, een fietstocht, …. Een lichte sportieve inspanning beïnvloedt de glucoseregulatie op een positieve manier.

Voeding

  • Vermijd hoge glucosepieken door alle snelwerkende suikers te beperken.

  • Beperk snelle suikers in frisdranken, gesuikerde melkproducten zoals gekochte pudding, rijstpap, gesuikerde yoghurt, gesuikerde melkdranken, chocolademelk, gebak, taart, koekjes, chocolade, snoepgoed, …

  • Beperk fruitsuikers in fruitsappen (inclusief ongezoete fruitsappen), honing.

Eventueel afspraak maken bij een voedingsdeskundige met specialisatie in diabetes.

Meten van glycemie

Meet net voor iedere maaltijd en voor het slapengaan, doe ook een meting 2 uur na iedere maaltijd (postprandiaal). Noteer uw metingen in een dagboek. In functie van uw metingen wordt de therapie aangepast.

Welke waarden moet u behalen?

Nuchter: < 95 mg/dl

Voor de maaltijden: < 95 mg/dl

Postprandiaal: < 120 mg/dl

Bij het niet behalen van deze doelen, wordt er overwogen om insuline op te starten. Indien insuline nodig is, zal u tot aan de bevalling om de 2 weken verder worden opgevolgd bij de diabetesarts.

Opvolging na bevalling

Bij alle patiënten met zwangerschapsdiabetes zal er postpartum een OGTT gebeuren om een permanente vorm van (pre)diabetes op te sporen.

Bij voorkeur zal deze gebeuren op 12 weken postpartum.

Gevolgen

Op korte termijn

Als je je goed laat opvolgen en behandelen, brengt zwangerschapsdiabetes geen ernstige verwikkelingen teweeg bij je baby. De bloedglucosewaarden zijn immers meestal pas te hoog na de 20ste week van de zwangerschap. Omdat de organen van je baby dan al gevormd zijn, is er geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

Zwangerschapsdiabetes kan bij de bevalling wel aanleiding geven tot:

  • Een te zware baby. Dit verhoogt de kans op problemen bij de bevalling (zoals keizersnede, schouderontwrichting).

  • Hypoglycemie bij je baby kort na de bevalling. Dit moet zeker opgevolgd worden; soms is een opname op de afdeling neonatologie nodig.

  • Onrijpheid van de organen. Onrijpheid van de lever van de baby kan leiden tot geelzucht.

De mogelijke gevolgen van zwangerschapsdiabetes op korte termijn voor de moeder zijn:

  • Keizersnede en problemen bij de bevalling

  • Te veel vruchtwater

  • Vroeggeboorte

  • Problemen met hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap

  • Urineweginfecties

Op lange termijn

In tegenstelling tot wat de term "zwangerschapsdiabetes" doet vermoeden, eindigt het verhaal niet bij de bevalling. Je mag niet vergeten dat dit een belangrijk signaal was van je lichaam! De zwangerschapsdiabetes verraadt als het ware de zwakke punten van je lichaam terwijl je daar anders misschien niets van zou merken. Je hebt dan ook een grote kans om tijdens een volgende zwangerschap precies dezelfde problemen te ontwikkelen. Belangrijker nog is dat zowat de helft van de vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, op een termijn van 5 à 10 jaar na de bevalling, blijvende diabetes ontwikkelt. En dit geldt niet alleen voor vrouwen die insuline nodig hebben voor de behandeling van zwangerschapsdiabetes. Ook wie niet echt last ondervindt van de zwangerschapsdiabetes of gemakkelijk voldoende controle van de bloedglucose bereikt door een aangepaste voeding en voldoende beweging, heeft een sterk verhoogd risico op diabetes.

Tips voeding

  • Eet elke dag een volwaardig ontbijt.

  • Drink voldoende water.

  • Gebruik een vezelrijke voeding, kies voor bruine broodsoorten, gekookte aardappelen, volkoren deegwaren, rijst, enz.

  • Wees matig met je beleg

  • Eet elke dag groenten, best bij verschillende eetmomenten. Bijv. tomaat bij de boterham en bereide groenten bij de warme maaltijd.

  • Beleg je boterham al eens met fruit bv. Appelmoes, bananen,… . Eet dagelijks 2 tot 3 stukken vers fruit.

  • Kies voor magere en halfvolle melkproducten.

  • Eet niet meer dan 100 gram vlees per dag. Kies voor magere vleessoorten. Eet 2x per week vis, ook vette vis (zalm, forel, haring).

  • Matig het gebruik van smeer- en bereidingsvet. Reken per persoon 1 eetlepel bereidingsvet. Eet maximaal 1 maal per 2 weken gefrituurde bereidingen. Bereid je maaltijd met olie, een zachte of vloeibare margarine of bak- en braadvet.

  • Matig het gebruik van koeken, chocolade, taart, ijs, frisdranken, chips, zoutjes ... m.a.w. alle producten die rijk zijn aan vetten en/of suiker zonder in verhouding veel vitaminen, mineralen of voedingsvezels aan te brengen. Je hoeft ze niet te schrappen van het menu, maar zoek een evenwicht waarbij je dit niet elke dag eet, en niet in grote hoeveelheden.

  • Kies als dessert bij voorkeur voor vers fruit of een melkproduct zoals yoghurt of pudding. Vervang het gebruik van room (bijv. in de soep, desserts enz.) door verdunde room (bijv. met 5% vet) of melk.

  • Let op met je consumptie van 'verborgen' of onzichtbare vetten in bijvoorbeeld koeken, chocolade, vet vlees, kaas ... Ze bevatten vaak een hoog gehalte aan (verzadigde) vetten.

Voor meer informatie, raadpleeg je huisarts/endocrinoloog.

8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven